De schroefas zelf is watergesmeerd, en heeft maar Een lager, achteraan, een rubber bus in een bronzen huis, waar de twee water inlaten zitten.
De binnengland is geen lager; de schroefas wordt vooraan gelagerd in de keerkoppeling, waarin ook het druklager is ingebouwd.
Het enige doel van de binnengland is het afdichten van de schroefas koker tegen water dat zich in de koker bevindt. Hiertoe zijn er twee keerringen in aangebracht, die allebei naar achteren zijn gericht; de voorste wordt opgesloten door een seegerring, de achterste ligt tegen de achterkant van de kamer waarin die keerringen zitten. Iets naar achter zit het glandlager, dat ervoor zorgt dat de keerringen gecentreerd blijven tov de schroefas. Om te voorkomen dat dit glandlager de schroefas gaat lageren, is de hele gland aan de schroefas koker gekoppelt met een rubber slangstuk. Zoiets heet een "zwevende" gland.
Het vet dient voor het smeren van de twee keerringen; het toevoerkanaal waar de vetslang aan zit, komt uit tussen de twee keerringen. de voorste keerring houdt het vet tegen, en de achterste het water. Als de tussenruimte vol is, kan, bij hogere vetdruk door flink aandraaien van de stauffer, er vet ontsnappen door de achterste keerring, omdat die voor het vet "verkeerd om" zit, en dus wel vet- maar geen water doorlaat. Als de tussenruimte vol zit, gaat de stauffer zwaar draaien omdat het door de achterste keerring heen drukken alleen met enige druk lukt. Het vet, dat aldus uit de tussenruime ontwijkt, komt terecht in het glijlagerdeel van de gland, zodat die ook enigszins gesmeerd wordt.
Vergeleken met een Vetgesmeerde schroefas, gebruikt genoemde constructie slechts een fractie van de hoeveelheid vet als van van die..
Mvg, Eagle
