Mijmeringen

algemene discussies

Re: Mijmeringen

Berichtdoor chaea » 30 Okt 2026, 20:52

Zowel als met de IJssel als Epifanes goede ervaringen, Epifanes is vask 1 c en gebruik ik als het wat sneller en mooi moet.
De IJssel 2c heeft meer voorbereiding nodig en ik had bij mijn boot mat gekozen ( eerste keer mat) en dat heb ik helemaal over moeten doen omdat het er niet uit zag. Maar toen mij even heel goed verdiept in hoe je mat moet verwerken en het resultaat perfect. 2c is gewoon een sterkere laag dan 1c.
chaea
 
Berichten: 1383
Geregistreerd: 07 Aug 2020, 19:55
ligplaats: Gieseplas
info: bootin zuidholland

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 30 Okt 2026, 21:55

Weereilanden (Vervolg)

In Hamburgsund meren we af aan de lange steiger langs de doorvaart. De volgende ochtend komt er een Duitse Hallberg Rassy 29 aanvaren met een echtpaar van in de 70, die voor ons vastmaakt. De bejaarde schipper is door en door nat en zichtbaar opgewonden. Hij vertelt dat hij met twee andere Duitse boten onder een eilandje heeft geankerd. Ze dachten dat ze veilig waren in de luwte van de harde westenwind. ‘s Morgens vroeg rond 6 uur wordt het windkracht 8 en de golven lopen helemaal om het eilandje heen en komen op de boten af. Het gaat helemaal mis en hij is het water ingegaan om zijn boot te redden door af te duwen van de rotsen. Het is nog maar net goed gegaan. Maar hij is wel doornat en koud. Ik zeg tegen hem dat hij zijn kleren uit kan trekken en aan mij kan geven, want wij hebben een wasmachine/droger aan boord. Hij kijkt verrast of ik het meen en neemt mijn aanbod aan. Ik kom met de natte Duitse plunje aan bij de schipperse, die mij niet begrijpend aankijkt, haar handen omhoog doet en haar wenkbrauwen ook. Maar uiteindelijk is een paar uur later de zaak schoon en droog en kom ik met een keurig stapeltje wasgoed bij de Hallberg Rassy.
Het wordt zeer op prijs gesteld. We raken aan de praat en ze vertellen dat ze hier in Zweden bij een kleine lokale steiger werden weggestuurd, vanwege hun Duitse vlag. In de winter rijden ze met een oeroud Fiat campertje naar Italië waar ze hun camper bij boeren neerzetten om te overwinteren in een wijngaard. Het is een avontuurlijk stel.
We gaan naar de prima viswinkel Fisk & Skaldjur en doen boodschappen bij de ICA, die daar tegenover is.
De volgende dag varen we door de Hamburgsund. Je hebt echt nog nooit zulke pittoreske rode vissers hutjes en steigertjes langs het water gezien als daar. Dan naar Fjällbacka, waar dramatische rots formaties voor de kust liggen, die zo groot en hoog zijn dat je niet kunt begrijpen dat dit bestaat. Ze geven de indruk dat je in de prehistorie bent aangekomen, inclusief het gevoel dat er een saurus achter de steile rotsen kan opduiken. Zo varen we tussen de rotsen door, de baai van de gastvrije jachthaven in. We meren langszij af aan de buitenkant. We lopen de steiger af passeren de rode vissershuisjes langs de haven, over de houten promenade en komen op een terras aan het water terecht. Wat een geweldig gezellige plaats is dit. Er hangt een inspirerende sfeer in de lucht hier in Fjällbacka en ik begrijp nu waarom ik misdaad films heb gezien van Camilla Läckberg, die zich hier afspelen.
Vandaar gaat het naar het eiland Musön, waar we door een heel ondiepe ingang naar binnen varen in een voor alle winden beschermde baai, met uitzicht over het Skagerrak, waar we ankeren naast een rood vissers hutje op een rotseilandje waar een bootje bij ligt en vis schoongemaakt wordt. Hier blijven we enige tijd liggen, omdat het winderig, koud en nat wordt. De kachel moet aan en de aggregaat draait elke dag een paar uur. In die tijd, meer dan 20 jaar geleden, hebben we nog geen zonnepanelen. De schipperse bakt brood en we eten de spullen die we in Hamburgsund hebben ingekocht. We maken met de rubberboot tochtjes in de buurt. Zuidelijk van dit eiland ligt het eiland Dannholmen waar Ingrid Bergman, bekend van de films Gaslight en Casablanca, haar zomers door bracht. We varen door de nauwe doorgang langs haar eiland en je kunt je voorstellen dat ze daar elk jaar terug kwam. We gaan ook met de rubberboot via de fjord naar het noordelijker gelegen Grebbestad. Eerst kijken we even bij Tanumstrand, halverwege de fjord. Daar ligt een hele vloot kleine Noorse motorbootjes bij elkaar in de haven. Er is een cafetaria met hamburgers, een bar, een hotel met een bar en een winkel en het miegelt van de kinderen. Heel gezellig, maar we varen door en meren de dinghy af, een eind verder de fjord in, aan het steigertje van de lokale jachthaven van Grebbestad op een alleraardigst plekje en eten bij een café buiten op de houten promenade langs de haven. Als je doorvaart tot het einde van de fjord kun je langs de lange haveningang overal met de boeg langs de steiger afmeren en aan het eind ben je midden in het centrum van Grebbestad. Er is een werfje en kun je diesel tanken en boodschappen doen. Hier is een systembolaget, een staats drankwinkel. Er is ook een prima viswinkel waar we ingelegde gebakken haring (stekt inlagd strömming), langoustines (kräftor) en roze garnalen (räkor) krijgen. Na een week in de baai gelegen te hebben en rondgekeken op het eiland Musön en voor de kust op makreel hebben gevist, gaat het verder naar het noorden.
We varen door Havstenssund, waar we een hele rij kleine Noorse motorbootjes zien liggen met rubberboten, surfplanken en zwembanden voor kinderen, die langs de steiger liggen te wachten op beter weer, want het is de hele tijd winderig en regenachtig. De kinderschare loopt op de houten steiger met schepnetjes en hengeltjes en de ouders zitten aan boord of zijn bij de havenbistro en het schaaldieren café (Skaldjurscaféet). Het Noorse vertrouwen dat het goed gaat komen met de aanstaande zomer is groot.
We gaan de rommelige zee op en in de loop van de middag varen we zuidelijk langs het eilandje Ramskar en Ramsö en komen we op de Koster eilanden. In de buurt van een, nu restricted area zuidelijk van Kosterhavet Natuurpark, zien we ogen en stalen pennen in de rotsen zitten, een teken dat je daar kan aanleggen, langsscheeps nog wel. Toentertijd bestond het huidige Kosterhavet Natuurpark nog niet als zodanig.
Er is nergens iemand te zien afgezien van zeehonden. Op het minuscule eilandje is aan een kant een stukje klei houdende aarde waar wilde aardbeien groeien. We varen hier rond in de rubberboot langs de eilandjes, zoals Ursholmen met de vuurtoren en varen ook aan de buitenkant op de lange deining van het Skagerrak. We gaan ook door de Kosterfjord tussen Syd-Koster en Nord-Koster. Het is er fantastisch mooi met een betoverende sfeer. De vlet blijft afgemeerd aan het kleine rotseilandje midden in de natuur.
Na een week vaar ik met de rubberboot naar een steigertje aan de zuid kant van Syd-Koster en maak een wandeling over het eiland. Hier maak ik voor het eerst kennis met een Natura 2000 natuur gebied. Dat staat in het Zweeds uitgelegd op bordjes en kaartjes. Alle privé vakantiewoningen met erf zijn buiten het Natura 2000 gebied gehouden zie ik, maar de Koster eilanden en de archipel zuidelijk er van, zijn een groot beschermd natuurgebied. Later zouden wij dat ook in Nederland krijgen, maar hier zijn ze kennelijk al zo ver.
Tussen Nord - en Syd-Koster gaat een pontje en er is ook een restaurant waar je sterk bier (5%) met vissoep kan bestellen.
Op zoek naar de wc vind ik maar één wc. Mannen en vrouwen gaan naar dezelfde wc, met hoog polig tapijt en een parfum verstuiver, eau de toilet, overal handdoekjes, een bloemenvaasje, een pedaal emmertje met bloemetjes, een aquarelletje, een Tiffany lampje, geurkaarsen, een zachtjes zoemende ventilator en een keur aan zeepjes. Eén grote onuitgesproken boodschap dat je als man je moet gedragen en ik vermoed dat je ook zittend moet plassen en uitvoerig je handen met sterk geparfumeerde zeepjes moet wassen en het zo achter laten als je het gevonden hebt. Ik weet niet of die Zweedse vrouwen, die daar verderop zitten te borrelen en geregeld mijn kant opkijken ook in de gaten houden wie de wc binnen gaat. Een heel verschil met een Ierse pub, waar ik was, ergens onderweg aan de west kust, waar je schoenen vol lopen met pis als je moet wateren ergens achteraf, omdat je de enige bent zonder rubber laarzen.
Als je daar buiten op een houten plankier van het Restaurang, zoals het daar heet, over de Kosterfjord kijkt, dan is het normaal dat je naar vrouwen kijkt. Alleen, hier kijken de vrouwen naar jou, je wordt bekeken, zeg maar, wat heel leuk is. Maar het kan ook zijn, dat ze naar mij kijken of ik de wc wel schoon heb achter gelaten.
Het wordt tijd dat ik weer naar het rubberbootje ga, die een eeuwigheid weg aan een touwtje aan een steigertje op mij ligt te wachten. We maken de volgende dag los en varen met de vlet naar de buitenkant van Syd-Koster, door de Koster fjord, naar de binnen- en Oostkant van Nord-Koster, waar we ankeren onder Vettnet. We zien dat er kampeerders van het kleine pontje stappen, die van Strömstad hier naartoe vaart. Er zijn hier geen auto’s of wegen op Nord-Koster en de jeugd loopt met een tent op zijn of haar rug het eiland op. Het is een natuur eiland met natuur kampeerders, waarbij de potten en pannen achterop de backpack hangen en die precies weten hoe dat werkt. Je ziet deze natuurmensen lopen met een zelfverzekerde houding alsof ze hier al jaren kamperen en lang geleden gereserveerd hebben.
Ik zie het allemaal aan achter een halve liter Heineken vanuit de kuip van de vlet, die wat doelloos achter zijn anker ligt, niet wetend of die voor de stroom of de oostenwind moet gaan liggen.
De volgende dag varen we van Nord-Koster de zee-engte over naar de fjord naar Strömstad. Het is hier 200 meter diep en de dieptemeter geeft bizarre getallen aan. Tussen de Koster eilanden en de vaste wal langs de Zweedse kust is een diepe onderwater ravijn ooit ontstaan. De trog onder water is heel bijzonder, omdat er koralen en exotische vissen in voorkomen. De Zweedse kust is vlakbij dus het is moeilijk voor te stellen dat het onder de boot zo diep is. We leggen eerst aan bij het sanitair station om de 140 liter zwartwater tank leeg te pompen. Ik heb dat nog nooit gedaan, maar in dit super propere Zweden gaan we het meemaken. Ik kom er zo achter dat de dekdop met een klein kettinkje met een oogje aan de binnenzijde van de doorgang vastzit en dat daardoor de rubber slang niet vacuüm zuigt. Een hamer brengt uitkomst en alles doet het en het leeg pompen lukt. De volgende ligt al boeg-schroefend te wachten.
Strömstad heeft drie jachthavens, een binnen stadshaven, een buitenhaven en een private motorboot haven. We varen de buitenste jachthaven in en meren af tussen allerlei zeilboten, die er uitzien als wereld rond zeilers. Bimini’s van zonnepanelen, windmolens en windvaan besturing achterop. Grote ankers, een kotterstag en jerrycans in de gangboorden. Ik krijg last van het “imposter syndroom” en ga de volgende dag naar de ergens achter een rots verscholen, achterin gelegen private motorboot haven vol met witte Princess motorjachten met de Noorse vlag er op. Ze zijn er van alle bouwjaren, oude vanaf de jaren 80 van 40 ft. en recente boten van 60 ft. lengte. Op het bovendek zittende de Noorse eigenaren in de ochtend al aan de Chardonnay. Maar de mensen van de kleine boten zitten ook op de steigers met hun klapstoelen en drankjes. Super aardig en heel gezellig hebben ze de sfeer er de hele dag goed in. We vallen op met onze lage ronde boot met de groene romp tussen de fabuleuze dubbel schroefs Princess jachten, maar we zijn meer dan welkom, ook als wij Heineken bier drinken en geen Mojito, roze Champagne en Absolut wodka. Een Nederlandse vlag doet wonderen in Zweden. Vroeger had ik gewoon de vlag op de spiegel staan en dacht er nooit bij na, maar dat is in de loop van de jaren verandert. Je merkt duidelijk dat Nederlanders heel welkom zijn. Wij hebben gewoon een erg goede naam in Scandinavië en ook in Duitsland, heb ik gemerkt. Eigenlijk ben ik super trots op onze vlag geworden en ik zorg ook altijd voor een fris exemplaar.
Ik vind het super om hier te liggen en via het zelf bedienbare elektrische voetgangers pontje af en toe naar de stad te lopen en in de jachthavens rond te kijken en flesje Mariestad starköl te drinken op de promenade. De schipperse is wat minder enthousiast, die wil eigenlijk in alle rust een eilandje op zoeken en ergens ankeren en met de benen in het zeewater op het zwemplateau zitten en van Princess jachten met vrouwen in bikini’s moet ze al helemaal niks hebben, met uitzondering van de mojito’s en de champagne dan. En ik heb haar ook nog nooit in een bikini gezien, nu ik er over nadenk.
Wat mij treft is, dat je hier in Zweden intens de zomer viert, veel meer dan thuis in Nederland. De Scandinaviërs zitten maanden in het donker in de sneeuw en als het dan eindelijk zomer wordt, dan wordt dat veel uitbundiger beleefd. We waren een keer aan het zwemmen aan de Zweedse kant van de Öresund (de Sont), toen we een vrouw uit een huisje aan de kust zagen lopen en die ging ook zwemmen. We raakten aan de praat en ze zei dat ze uit Stockholm kwam en hier aan de Zweedse Rivièra een zomerhuisje had,
“Ik heb 155 dagen in het donker sneeuw geschept,” zei ze.
“Nu kan ik eindelijk in de zon en de warmte in zee zwemmen”.
Het is bijzonder dat je zo ver van Friesland hier de zomer viert. Je bent ver van huis en het is weken varen voor je weer door de Duitse Bocht in Delfzijl bent. De huiselijkheid en gezellige, scheepse sfeer van de stalen vlet, waar je mee in de jachthaven ligt, in combinatie met het gevoel van samen zijn, dat de uitgelaten Noren en de Zweden meer bezitten dan wij, dat maakt het hier heel apart.
Ik vraag aan de havenmeesteres of al die grote Princess motorjachten uit het water gaan in de winter. Nee, zegt ze, er komen elektrische pompen onder de romp van de motorjachten, die dieper water aanzuigen en zo de boten ijsvrij houden, dus ze blijven ook in de winter in het water en ze gaan ook niet naar Noorwegen terug. Veel gevaren wordt er overigens niet met de Princess jachten. Naar en van het sanitair station en een enkele keer kom je ze wel eens tegen op zee. Het zijn van binnen schitterend afgewerkte schepen, heb ik op filmpjes gezien, met adembenemende grote motoren, weggelegd voor de bedrijven van de happy few van de Noorse olie- en gas industrie. Ondanks hun bevoorrechte bezit is iedereen evengoed heel vrolijk en toegankelijk.
We hebben uitzicht op een rijdende portaalkraan van de private jachthaven van de, mij wel bekende, firma Roodberg uit Heerenveen. Die hijst net een Bavaria motorboot uit het water. De bladen van beide schroeven zijn krom en verwrongen zie ik. In de tijd dat wij daar liggen zien we dat elke dag wel drie of meer zinkende en kapotte motorboten en een enkele zeilboot wordt gebracht door de drie reddingsboten, die Strömstad in de zomer rijk is. Vooral de Noren in hun grote motorboten zijn klant en de Zweden met hun kleinere maar snelle motorboten ook. De Noren omdat ze dronken de rotsen op varen en de Zweden, omdat ze in de zomer drie buitenboord motoren van 300 pk elk achter hun boot hangen en als gekken tussen de rotseilanden scheuren. Op de weg mogen ze in hun auto maar 110 km, dus het water is hun uitlaatklep als ze los van de vrouw zijn. En dan hangt hun boot hier droevig in de kraan en komt de Saab 9-3 2 liter Aero Cabrio met de ice cube achterlichten van vrouwlief het terrein op draaien om te kijken wat precies de schade is. Je begint te begrijpen waarom Zweedse mannen het liefst op een rots dagenlang over zee kijken. Zweedse vrouwen zijn heel knap en ik begrijp dat zij de mannen versieren en niet andersom, zoals in de rest van de wereld normaal is. Getrouwd, met kinderen, op de topper van de boxspring onder het donzen dekbed in de winter wordt het maar even licht overdag. En als het midzomer feest is geweest, met blonde meisjes met bloemen in het haar rond de meiboom en het eindelijk zomer wordt en de zon gaat schijnen en het de hele dag licht is, dan leven de Zweedse mannen weer op en draaien het gas open op de vrije zee onder het genot van een Absolut. Maar je moet wel weten waar de blinde klippen zijn met je 900 pk.
Strömstad heeft twee Systembolagets, waarvan één de grootste van heel Zweden is. De Noren komen namelijk naar Strömstad vanwege de mooie jachthavens en het gezellige uitgaansleven, maar ook voor de goedkopere drank. Begrijp me niet verkeerd, ik wil niet de indruk wekken dat de Noren drankorgels zijn, want dat is niet zo. Ik denk dat ze gewoon, na de winter, wat in te halen hebben. We zitten roze garnalen te eten buiten bij een cafetaria op een houten plankier aan de haven, als ik in gesprek raak met een Zweedse vrouw aan het tafeltje naast ons. Het gesprek gaat over de volle jachthaven en de grote hoeveelheid Zweden, die je hier vakantie ziet houden, terwijl hier in de winter maar weinig mensen zijn. Ze wijst om zich heen en zegt:
“All those Swedes here are actually Norwegians and I’m Norwegian, too.”
“There are hardly any Swedes here.”
Dus al die Zweden zijn Noren.
Dan valt het je op dat je veel Noorse vlaggen ziet op de boten, en een Noorse vlag bij de rode houten huisjes op de eilanden en aan de kust. En die grote Zweedse auto’s die je ziet rijden zijn van Noren, die hier in Zweden een Zweedse auto hebben bij hun Zweedse vakantiehuis, omdat ze hun eigen Noorse auto moeten thuis laten.
Een beschonken Noor vertelt mij later in de bar bij een voetbalwedstrijd of ik mij Checkpoint Charlie aan de Friedrichstraße tussen Oost- en West Berlijn in de DDR tijd nog herinner. Nou, zegt hij, bij ons aan de Noorse grens moeten wij ook de kofferbak open maken en kijken de douane ambtenaren met spiegels en zaklantaarns onder de auto of we ook drank mee smokkelen.
Aan de steiger voor onze vlet ligt een bejaarde Noorse Trader Sundeck motorboot, dus ik ga daar een praatje maken, omdat ik graag wil weten hoe het werkt met drank aan boord als je naar Noorwegen wilt en of al die verhalen, die ik hoorde, wel waar zijn.
“Nou,” zegt de gepensioneerde schipper, “je moet voorzichtig zijn.”
“Als ik 4 flessen drank aan boord heb en vaar terug naar Noorwegen, dan bel ik de douane op en zeg, dat ik die en die boot ben en dan en dan arriveer en dat ik 4 flessen wijn aan boord heb en dat ik dat meld en of ze dat willen noteren.”
Ik zeg: “ik heb voor maanden drank aan boord heb.”
“Dan kun je het beste een praatje maken met een Zweed, die een huisje hier op een eilandje heeft of je je drank voorraad tijdelijk in de vissershut bij zijn steiger mag bewaren.”
Ik vertel dit aan de schipperse.
Ze zegt:
“Die heeft zelf bij de douane gewerkt.”
“Jij snapt ook nooit wat.”
“En hoe stel je je dat eigenlijk voor met je Nederlandse vlag op je pittige motorbootje op de Noorse grens wateren?”
“Wij staan bekend als grootste doorvoerland van drugs, dus je bent het eerste aan de beurt voor een bezoek van de Noorse kustwacht.”
Oeverloos
 
Berichten: 1000
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Vorige

Terug naar Steigerpraat

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers