door Oeverloos » 25 Jun 2026, 14:18
Herrie
We liggen een hele tijd geleden met de vlet in een Deens haventje aan de buitenkant. We zijn hier om water te tanken en de volgende dag komt er bezoek. De ligplaatsen in de haven zijn te smal voor ons. Oude haventjes zijn ingericht naar de kleine Deense zeilboten van een meter of 9-10. Wij liggen aan de buitensteiger bij de ingang, zodat we in de kuip over de achterkajuit heen kunnen kijken naar de fjord met de verre eilanden. Zo zijn wij de eerste aanlegplaats voor nieuwe aangekomen boten, die bij ons en bij de boten die voor ons zijn afgemeerd, langszij komen, want het haventje is vol. In de loop van de middag komen de eerste binnenlopen. Ik wenk dan een Deense of Zweedse boot en vraag of die langszij wil liggen. Een lage stalen vlet met de Nederlandse vlag is altijd een gewilde plek. Het liefst een oude houten Deense kotter met een Callesen of een Hundested diesel, maar vandaag zijn er alleen Duitse zeilers in de aanbieding.
Ik lees en spreek Duits, koop het liefst Duitse spullen en eten en heb niks tegen Duitsers, hoor, maar het oeverloze harde gepraat over helemaal niks in de kuip in een stille natuurhaven is een uitdaging. Bij Denen en Zweden hoor je nooit wat aan boord.
Ik bedoel, waar is dat luide geouwehoer goed voor? Iedereen kan het horen en stoort zich er aan. Je zult wel denken, je bent overgevoelig en overdreven en ”als je een hamer hebt lijkt alles een spijker”, maar dat valt mee, hoor. Ik heb allerlei Duitse vrienden en kennissen, hoewel de meesten wel allemaal dood zijn. Dat heb je als je ouder wordt. Maar toen ze nog leefden waren we de beste vrienden. En in mijn thuishaven in Denemarken heb ik aan beide zijden twee Duitse echtparen. De mannen heten toevallig allebei Wolfgang, dus dat is treffen. Alleraardigste mensen, die je nooit hoort en altijd een gezellig praatje. Wolfgang aan bakboord is hardstikke oud, maar nog niet zo oud als ik en zijn vrouw is zo mager dat die elk moment van de graat kan vallen. Ze zijn allebei ziek geweest en sindsdien zijn ze lichamelijk niet echt in staat om met hun Deense zeilboot te varen. Maar ze komen nog steeds geregeld op hun boot. Gewoon hele lieve mensen.
Soms komt een Duitse zeiler langszij en biedt je een borrel aan, omdat sommigen denken dat het een gunst is en je iets goed te maken hebt. Hoeft niet, want langszij komen is een maritiem recht en heel gewoon. Maar het gebaar is heel aardig en een goed begin, vooral als ze ook nog midden in de nacht op kousenvoeten over je boot lopen als ze terug komen van de kroeg. Aan de andere kant ben ik ook wel eens geweigerd om langszij te komen, zowel door Nederlanders, die zeggen dat ze “vrienden verwachten”, als door Duitsers die niemand langszij willen, omdat ze gewend zijn om een eigen kuil op het strand te graven en thuis een muur om hun tuintje hebben gemetseld, want het blijft een landvolk zonder veel maritieme traditie, afgezien van de Tirpitz en de Bismarck. Van die weigeringen trek ik mij niets aan en kom evengoed langszij. Als ze 25 ton Fries vakmanschap weg willen duwen, ga vooral je gang. En als ze obstakels in de gangboorden zetten, wat ik ook heb meegemaakt op Vlieland, ga ik wel met de hond in de dinghy aan wal. Toen de havenmeester bij ons aan boord een kopje koffie kwam drinken waren de stoelen ineens weg. Later kwam ik die boot nog tegen in het buitenland, toen ik ze hielp aanleggen met een hoop wind. De vrouw fluisterde in het oor van de schipper en die vroeg daarna of we elkaar al eens eerder waren tegengekomen. Kan me niet herinneren, loog ik, zeker niet met een naam op zijn boot die je nooit vergeet. We hebben nog gezellig staan praten, maar een uitnodiging aan boord werd hem niet.
Ik zie een kleine moderne Duitse zeilracer met een giek zonder kraanlijn, die schuin in de kuip steekt met een man, een vrouw en een kind op ons afkomen, dus ik neem hun lijn aan en zet die vast op de bolder, maar ik geef het eind niet terug. Ik zeg dat ze wat naar achter kunnen schuiven, zodat hun kuip naast onze achterkajuit komt en niet pal naast onze kuip, maar dat stuit op onbegrip. Ik vier de lijn zo dat hun boot vanzelf naar achter schuift in de ebstroom en klaar. Ik zit nog niet of de Duitse buurman begint keihard tegen de vrouw te praten, die een meter van hem af zit en nu wel tinnitus zal hebben. Ze vlucht de kajuit in, maar de buurman blijft doordenderen terwijl ik 2 meter van hem af zit. Ik aarzel niet en sta op en zeg tegen hem:
“Entschuldigung, könnt ihr bitte etwas leiser sein? Wir sind hier ganz nah beieinander."
De man kijkt mij met onbegrip aan en ik wijs op mijn oren.
“Leise bitte! Das hallt ja über das ganze Wasser, Mensch!"
Hij knikt vriendelijk en davert verder met zijn harde stem tegen de vrouw, die naar ik vermoed niet zijn vrouw is, maar een vriendin met een kind, een meisje van een jaar of zes, die ze door het lawaai heen probeert voor te lezen uit een boek.
Ik ga in de gangboord staan en zeg:
"Was soll das denn? Du machst so viel Lärm, so kannst du hier nicht bleiben. Sonst lass ich deine Leinen los, und du suchst dir eine andere Stelle. Ist das klar!"
Het is meteen stil en ik zit aan een biertje om de scherpe randjes er wat af te halen. Mijn dag is verpest door zo’n randdebiel.
Het wordt tijd dat de kleine meid gaat slapen en in de beste Duitse traditie wordt er eerst in zee gebaad. De moeder laat het kind in het water zakken bij de spiegel van de zeilboot en als het water halverwege haar middel staat, begint het kind keihard, maar dan ook keihard te gillen. Ik heb het nu wel gezien.
Ik hoor mijzelf zeggen:
“So, jetzt reicht’s mir, Vollidiot!
Ik sta op om de lijnen los te gooien te beginnen met de achterste lijn vanwege de ebstroom. De Duitse man ziet mij aankomen en staat op. De schipperse springt op, gaat pal voor mij staan en roept:
“Stop er is iets mis, zie je niet dat ze gebeten wordt in het water!”
De moeder had het meisje weer in de kuip getrokken. Het kind wijst naar haar benen en blijft brullen.
Oh nee, een steekkwal. Er zat zo’n gele haarkwal onder hun boot met meters lange tentakels. Die steken je en het doet zeer als de hel.
Als je gaat zwemmen kijk je altijd of je ze ziet, want elk jaar komen er meer. Zie je er een, dan maak je dat je weer in de boot komt. Ik ben zelf tijdens het zwemmen ook gestoken. Verschrikkelijk. Ondraaglijk. We hebben speciaal een paar tubes Xylocaïne aan boord voor de steken.
De schipperse zegt tegen de Duitse moeder:
“Dein Tochter hat sich an einer Qualle verbrannt!"
"Warte mal, ich habe eine Salbe gegen die Schmerzen, einen Moment.”
De schipperse verdwijnt de vlet in. De moeder is radeloos en houdt het brullende meisje tegen zich aan. Het gaat de hele haven over.
De schipperse heeft de Xylocaïne gevonden in de plastic doos op de kast in de punt en stapt ongevraagd in de kuip van de Duitse zeilboot en begint het zalfje meteen op de benen van het kind te smeren. Het brullen wordt minder en en de schipperse geeft de tube aan de moeder en zegt dat ze weer moet smeren als de pijn terug komt.
Even later zit de moeder in de kajuit ingang met het meisje een boekje te lezen en is de rust weergekeerd. De Duitse man is onderdeks en blijft uit het zicht, want het is hem duidelijk dat de vrouwen het initiatief overgenomen hebben en dat hij nu naast een boze Nederlandse buurman ligt, die zijn lijnen niet heeft los gegooid.
Ik schenk mijzelf een grote bel Franse cognac in voor de scherpe randjes met een kommetje ingelegde Deense haring met dille van Glyngøre. Daarna staar ik over de achterkajuit naar de onbewoonde eilanden in de fjord. Ik had direct al kunnen zien dat het niks werd met die zakkenwasser. Duitsers met een Vindö, een Nordborg of een Bianca zijn meestal aardig en rustig. Aan de andere kant, iedereen mag net zo hard praten als die wil op zijn eigen boot. Havenmeesters heb je hier niet in Denemarken, die zijn al lang ingeruild voor een automaat. Het is leuk om een haventje aan te lopen en af meren en wat rond te lopen. Soms is er een kiosk waar je gerookte vis of een hamburger kan krijgen. De schipperse wil sowieso niet in een haven liggen, maar ik ben er ook niet erg geschikt voor.
Ze gaat naast mij zitten en zegt:
“Wat ben jij toch een idioot, je snapt nergens wat van!”
Ik vraag wat ze wil drinken bij de ingelegde haring.
“Een dubbele whisky on the rocks!”, is het antwoord.
Ik schenk haar een bodempje alcoholvrije Gin in met een mini blikje tonic uit de ijskast en een schijfje limoen. Want niet alles is meer zoals vroeger.