Mijmeringen

algemene discussies

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 25 Jan 2026, 16:02

“Ik heb vanmiddag bezoek gehad”, klinkt het, als ik uit de rubberboot aan boord klim.
Het was een wonderschone dag geweest. Ik heb de hele middag langs het strand gelopen, lekker in de kristal heldere Oostzee gezwommen, opgedroogd in de zon. Nu is het tijd voor bier.
“Er kwam een grote rib met gewapende mannen van de Deense kustwacht langszij”.
“Of ze aan boord mochten komen, vroegen ze”.
“Ik zei dat dat mocht, maar omdat ik alleen aan boord ben niet met alle zes man tegelijk”.
“Er was ook een douaneman met een hond met slofjes aan zijn poten bij”.
“Die lieten ze door de boot lopen”.
“Nou ja die vond natuurlijks niks, die was in één tel klaar”.
“Ze waren heel aardig hoor. Ik heb ze wel gevraagd waarom ze hier moesten wezen”.
“En”, zei ik.
“De Heineken parasol”, zeiden ze.
“Eerlijk?”
“Ja, echt”.
“En, heb je ze een biertje aangeboden.”
“Nee, gek, dan komen ze volgend jaar weer”.
Oeverloos
 
Berichten: 905
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 02 Feb 2026, 17:19

Het is ruim 25 jaar geleden. We zijn vanochtend vertrokken van een ankerplek achter het dorp Kornwerderzand. Helemaal vlekkeloos ging het niet. Bij het aantrekken van het anker gisteravond, bleef de vlet maar achteruit varen. Er kwam gewoon geen eind aan. Na 200 meter gestopt. Anker opgehaald. En? Er zat geen anker aan. Gewoon verdwenen. Kennelijk een schalm of een sluiting afgebroken vlak bij het begin van de ketting. Het zou een goede gecertificeerde ketting moeten zijn en geen pisbakken ijzer. Onder de kooien in de punt lag het oorspronkelijke kleinere anker gestouwd als reserve. Er waren ook d-sluitingen aan boord. Het reserveanker aan de ketting gezet en het zaakje overboord, aantrekken en klaar. Het was een mooie rustige avond en nacht, dus we lagen daar verder prima.
De volgende morgen, na het schutten in de Lorentzsluis, via de Boontjes naar Terschelling gevaren. Wat is het toch een verademing om op het wad te varen. Het schuimt en ruikt lekker en de ruimte en rust om je heen. Niks mis met de Friese binnenwateren en het IJsselmeer, maar als je op het wad vaart ben je in een hele andere wereld. Het is net of er iets van je afvalt. Ik merk dat ook bij de vrolijk uitgelaten schipperse.
Het is rustig weer onder invloed van een hogedrukgebied. Over een paar dagen is het springtij, dus er komt genoeg water. Prima om droog te vallen met zon, weinig wind en buiten het seizoen. We varen in het zonnetje tegen de vloedstroom op richting Terschelling, en dan met de stroom mee onder het eiland langs. Ik zoek een plek een heel eind van de geul af.
“Niet hartstikke scheef op de rand van een priel, aub.” klonk het toen ze naar voren liep.
Ik kijk naar de schipperse, terwijl ik de vlet met de kop in de stroomrichting draai. Er staat nauwelijks wind. Als ik haar toeknik laat zij het poolanker met de lier zakken en steekt 37 meter ketting. Ze draait de rem van de ankerlier aan. Als de vlet op het beetje stroom langzaam wat achteruit gedeinsd is, sla ik achteruit om het aan te trekken. Het log geeft 0 aan en de koerslijn op de Simrad plotter blijft op het uiterste lijntje steken. Dat ziet er goed uit. Ik druk de knop op het dashboard in en de motor is uit. Stilte. De ankerbal komt uit de kuipkist en ik klim op de stuurhut om die in de mast te hangen. De schipperse zet het anker alarm aan op de plotter.
We liggen ver weg uit de wal op een zandplaat. Er staat nog net wat water onder de kiel. Het is ongeveer een uur voor hoogwater. Er is een aluminium trapje met vier treden aan boord om straks van het zwemplateau af te stappen op het zand. Het voelt redelijk debiel om met een keukentrapje rond te varen, maar zonder opstapje red je het niet. De zwemtrap zit veel te hoog. Rond het middaguur is het hoogwater. Na een tijdje begint de ebstroom rond de vlet te lopen. We bakken eieren met spek en reepjes augurk, nu we nog recht liggen en drinken daarna koffie in de kuip. De vlet is voor de ebstroom gaan liggen en we zitten onder het zonnedakje in de open kuip. Het is doodstil en in de verste verte niemand te bekennen.
“We liggen vast”, constateert de schipperse.
Ik pak de lange pikhaak en steek hem naast de reling in het water. Die stoot direct op het zand. Het schroefraam is het diepste deel van de vlet. Als je op dit moment even de schroef laat draaien, spoelt het schroefwater een gaatje in het zand waar het schroefraam inzakt, zodat de vlet nagenoeg recht ligt, maar ik laat het voor wat het is. De vlet staat op de kielbalk en diepe kimkielen van zichzelf recht genoeg.
Sneller dan je in de gaten hebt is het laatste water weg en staat de vlet op het zand. Een paar graden voorover maar verder behoorlijk recht. Het is elke keer een verrassing hoe het uitpakt. Uit het kuipluik haal ik het keukentrapje omhoog en zet die bij het zwemplateau op het zand. Het trapje is niet hoog genoeg, met een reuzen afstap gaat het maar net. We lopen om de vlet heen. Er staat nog een beetje water, maar dat is zo weg.
Je snapt niet dat het kan, zo’n schip dat op een zandplaat staat. Het lijkt of de vlet twee keer zo groot is. In de verte kun je de jachthaven en de Brandaris zien. Verder is er helemaal niets in de wijde omtrek.
Er zijn hier geen mosselbanken en ik zie ook geen zeepieren, geen kokkels en ook geen strandgapers. Die zouden hier eigenlijk wel moeten zijn. Het zand is hier droog, keihard en brandschoon, een beetje onwerkelijk steriel misschien wel.
Onder Ameland lig je al snel in de slik tussen de mosselbanken, maar hier is het een grote zandvlakte. Als je zo naast je boot staat vraag je je af hoe het mogelijk is dat dit zomaar kan. Het voelt onwerkelijk zo midden in de ruimte. Een hele middag in het niets met alleen het eiland en wat prikken en rode tonnen van de geul verderop en heel in de verte zie je tonnen als het ware op de lucht drijven.
Als je ‘s middags naast de boot staat, hier in de zon met de voeten in een poeltje, kun je je niet voorstellen dat je vannacht weer vlot bent. Naast de stalen romp zoek ik onwillekeurig de plek in de punt waar we slapen.
In de loop van de avond zien we in de verte de vloedlijn aankomen. In de schemer kijken we over de achterkajuit naar de lichten van het eiland en van de Brandaris. Er klinkt gekabbel onder de spiegel. Je hoort het water rond het achterschip lopen. Het kabbelen wordt langzaam steeds hoorbaarder. Uren verstrijken ongemerkt. Erg donker is het niet. Het licht van de volle maan staat op het achterdek en het aankomende vloedwater.
En dan gebeurt het. De lichten van de jachthaven en de Brandaris bewegen. Ze draaien dwars en draaien langzaam na verloop van tijd onhoorbaar door tot we ze vanuit de kuip niet meer zien. Een beweging uit het niets in het donker van het nachtelijk wad. Over het achterdek zien we nu andere lichten. Vage lichtjes van de oostkant van het eiland en de bekende drie lichtbanen van de vuurtoren van Ameland. In alle stilte is de vlet vlot gekomen en is voor de vloedstroom gaan liggen. Een zwak, koel zeewindje warrelt de kuip in. De vlet beweegt vertrouwd en je hoort af en toe de ankerketting in de kluis. Als we morgen wakker worden liggen we weer droog.
Oeverloos
 
Berichten: 905
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 02 Feb 2026, 17:35

Naschrift: nadat later een tweede anker verloren ging, denken we, dat de RVS rechte d-sluiting breekt als je de elektrische lier het anker te woest in het kluisgat aantrekt. We gebruiken nu nog steeds RVS d-sluitingen en een RVS Kong wartel, maar bedienen de lier met meer “gevoel”. De RVS d-sluitingen en de wartel blijven een kritisch punt. Mijn voorkeur gaat uit naar stalen sluitingen met de juiste breeksterkte van een hijs bedrijf. De Kong wartel is een prima wartel, maar je moet deze wel af en toe demonteren om te kijken of de laatste schalm niet doorslijt. De wartel doet wel iets, maar als je lang ankert en dus met het tij en de wind ronddraait, zie je evengoed dat de ketting opgedraaid boven komt. Dus twee d- sluitingen alleen is ook een optie. De RVS sluitingen van 12 mm, voor b.v. een 10 mm ketting passen niet in de schalmen. Dus je hebt 10 mm RVS sluitingen in een 10 mm stalen ketting, dan zijn de sluitingen het zwakke punt qua breeksterkte. Vandaar mijn voorkeur voor stalen d-sluitingen met een hogere breeksterkte dan de ketting.
Oeverloos
 
Berichten: 905
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor pascall » 04 Feb 2026, 05:01

Heerlijk leesvoer!

Mvg,

Pascal.
pascall
 
Berichten: 2763
Geregistreerd: 04 Jan 2012, 14:00
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 07 Feb 2026, 19:43

De zwarte schepen van de Ballumer Bocht.
In de jaren vijftig en zestig was ik in de zomervakantie in Hollum op Ameland. Als je ‘s morgens wakker werd hoorde je de paardenhoeven op de klinkers van het dorp. Ik bracht de tijd het liefst door met vissen. Op het wad waar ik hoekwant had uitstaan, of op het noordstrand bij paal 5 bij het wrak van de Tartar. Maar ik kwam ook geregeld naar de Bocht. Daar loopt een stroomleidam uit 1847 een kilometer het wad in.
Het begin van de strekdam is nu verbreed en opgehoogd en er staan gebouwen van de KNRM, het bemanningsverblijf “Bertus Bruin” en de reddingboot Anna Margaretha ligt daar afgemeerd. Maar in die tijd bestond dat nog niet. Er was alleen een strekdam, die daar al honderd jaar lag, die vanaf de dijk het wad inliep, gebouwd van grote basalten blokken, met hier en daar geel mos. Ik viste op paling vanaf de kribben van de strekdam in de geul waar nu de reddingboot ligt.
Om op die strekdam te komen kwam je langs de loswal bij de dijk, waar twee zwart geteerde vrachtschepen lagen van Beurtdienst Gebr. Bruin uit Hollum. Het was een mooie, beschutte plek voor de westelijke en noordelijke winden. Deze loswal met gieken is nu verdwenen bij de vernieuwing van de dijk.
Als de schepen thuis waren, liep ik er altijd even naar toe om te kijken. De stuurhut, de luiken, de laadboom, het anker uit het kluisgat, de landvasten waar wier aan hing en hoe de schepen droog lagen bij laagwater. De schepen waren helemaal zwart.
“Alfit” stond op de boeg van het ene schip en “Hans Gerrit” stond op de stuurhut van het andere schip.
De Alfit was een beurtschip van 26 meter en 102 ton uit 1913 en de Hans Gerrit was 23 meter en 78 ton ook uit 1913. Het familiebedrijf Beurtdienst Gebr. Bruin voer met het schepen op Leeuwarden en Amsterdam met ronde Amelander Edammer kaas en boter van de coop. melkfabriek in Hollum. Terug naar Ameland met ladingen kolen, huisbrandolie, meel, veekoeken, kunstmest, gaspotten en stenen
De reis ging over het wantij van Terschelling. Vanaf de Bocht voeren ze via het Molengat, Vaarwater van de Zwarte Haan, Abt, Vingegat, Vlakte van Oosterbierum, Kimstergat naar Harlingen of de sluizen van Kornwerderzand.
Hans Bruin uit Hollum was de schipper op de Alfit. Door mijn grootouders in Hollum werd altijd met het grootste respect over Hans gesproken, hoewel zij geen familie van elkaar waren. Op zich bijzonder, want ik moest zowat tegen de helft van de Hollumers tante of oom zeggen. Kennelijk hoorde de familie Bruin tot de andere helft. Als ik dus naast de Alfit stond op de loswal, stond ik naast “het schip van Hans Bruin”, de man die in zomer en winter over het wad naar de Condens en de CAF voer in Leeuwarden en over het IJsselmeer naar Amsterdam. De inwoners van Hollum en Ballum waren afhankelijk van de beurtdienst voor hun bestaan. Nes en Buren hadden hun eigen beurtvaart.
De Alfit stak leeg 1.70 m. Dus in de jaren vijftig en zestig was die route heel wat dieper dan nu. Nu kun je nog maar met 1.00 m diepgang via deze route over het wantij heen. Door andere stromingen werd het wantij in de loop van de jaren steeds hoger. Als het schip leeg 1.70 steekt en geladen meer dan 2 meter, dan begon dat in de jaren 60 en 70 steeds meer een probleem te worden. Het schip kon steeds minder laden in verband met de diepgang en het hoger worden van het wantij. Nog afgezien van concurrerend vrachtvervoer op de veerboten van Wagenborg.
De Alfit werd door schipper Hans met de hand geladen en weer uitgeladen. Als hij overdag moest laden en ‘s nachts moest varen en daarna lossen, was er geen tijd om te slapen. En soms was er ook geen water. Meestal op de Abt het hoogste punt. Het schip bleef dan een tij over voordat het vlot kwam. Maar rond halve maan duurde het ook wel eens een week voor er genoeg water kwam. Schipper Hans Bruin was dat gewend, want het hoorde bij het varen over de wantijen en bij de invloed van de maanstanden op het tij. Hij voer al op het wad vanaf de lagere school en nam op zijn 16e de plaats van zijn vader in. Hij had ook postduiven aan boord om een berichtje te sturen naar zijn vrouw Trijntje, voordat het schip een marifoon kreeg. Als er na een aantal dagen geen eten meer was, ging hij van boord om mossels te rapen of bot te kloppen. En hij kon zijn slaap in halen.
Hij voer op het tij en het maakte niet uit of het dag of nacht, mist of stormweer was. Dus ook bij dood tij of opkomende oostenwind, als er weinig water kwam en hij al bij vertrek wist, dat hij het niet ging redden over het wantij. Er waren barre winters bij waarin het schip ingevroren lag. Het was eigenlijk een keihard bestaan, waar met vriendelijkheid en mildheid mee werd omgegaan.
Als ik naast die zwarte schepen stond te kijken, stelde ik mij dat voor op het vrachtschip, dat een tij overbleef. In z’n eentje, ‘s nachts in de stuurhut onder Zwarte Haan bij een petroleum lamp, een potkachel en een sigaar, want Hans voer met zijn zijn famileden, maar ook geregeld alleen. Als je daar richting de vaste wal keek, zag je de vette blauwe slik onder de Friese kust richting Zwarte Haan. Dat prikkelde mijn fantasie toen. Varen op het wad, dat is het allermooist. Maar de kans dat dat ooit zou gebeuren was klein, dat wist ik ook wel.


Afbeelding

De “Alfit”.
Gebouwd door Scheepswerf Boot in Alphen aan de Rijn in 1913.
25,92 x 4,67 x 1,70 T:102,
Rond 1924 30 pk Kromhout type M2 2 cilinder semi diesel 350-450 tpm,
Tussen 1953-55 120 pk Mercedes type OM6-120.
In de jaren 70 DAF DD575 van 100 pk.

De “Hans Gerrit”.
Gebouwd in Gouda in 1913.
23.10 x 4.86 x 1.59 T:78 ton.
In 1926 Kromhout 30 pk M2 2 cilinder semi diesel 350-450 tpm.
In 1978 DAF DS575M 90 pk.
Oeverloos
 
Berichten: 905
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor pascall » 08 Feb 2026, 06:50

Mooi verhaal weer!

Dat het wad verzand is een feit.
Nog maart enkel jaren geleden voeren we van Harlingen naar Ameland, althans dat was de bedoeling, maar op het eerste wantij even noordoost van Harlingen raakte we al de bodem.
De route was zo gepland dat we met hoogwater op de ondiepste plaats waren, maar naar twee maal te zijn vastgelopen durfde we niet het risico te nemen om te blijven zitten, dus zijn we omgedraaid.
Misschien waren we er net overheen , wie zal het zeggen, maar we waren op weg naar Scandinavië, daar was enige tijdsdruk in ons toen werkzame leven.
De reis zette zich voort over de kanalen om bij Delfzijl weer het (Duitse) wad op te gaan, nu met meer succes.
Ik herinner mij ook nog dat we van Schiermonnikoog naar Norderney voeren over het wad, heel wat jaren geleden, drie wantijen in een keer!
We voeren de haven van Schiermonnikoog uit, ik schat twee uur voor hoogwater, heb het logboek even niet bij de hand.
Veel vroeger zal het niet geweest zijn anders loop je vast zodra je de haven uit bent.
Het eerste wantij, op het nog Nederlandse gedeelte, hadden we 40 cm over, het moet niet ver van hoogwater geweest zijn.
De bedoeling was Borkum, maar bij Borkum aangekomen dachten we nog wel door te kunnen varen naar Juist, het tweede Duitse Waddeneiland.
En jawel, het tweede wantij, zuidoost van Borkom, werd zonder te raken gepasseerd.
Met de wetenschap dat het wantij bij Borkum behoorlijk droog is en we de bodem niet geraakt hadden wilde we wel een poging wagen om Norderney te bereiken, het derde Duitse Waddeneiland.
Het eiland Juist gepasseerd begonnen we aan het derde wantij wat we passeerde met 15 cm water onder de kiel en vol vallend water.
Even later meerde we af in de haven van Norderney, wat een schitterende tocht!
Achteraf gezien was het maar de vraag geweest dat we het eiland Juist konden aanlopen omdat de vaargeul daar naar toe ook behoorlijk droog is en zo ook de haven.
Dan blijft er niets over dan een ankerplek te zoek waar voldoende water blijft staan of droog vallen, wat doorgaans resulteert in een onrustige nacht.
We hebben dit nooit meer kunnen evenaren en met het verzanden van het wad gaat dat waarschijnlijk niet meer gebeuren.
Ook worden we een dagje ouder en zijn we wat voorzichtiger geworden, de scherpe kantjes zijn er af.
Waar we in onze jonge jaren niet voor veel terugdeinsde blijven nu, als er enige twijfel, is liggen.

Mvg,

Pascal.
pascall
 
Berichten: 2763
Geregistreerd: 04 Jan 2012, 14:00
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 04 Apr 2026, 11:43

“Zullen we naar Anholt varen?”, zeg ik.
“Anholt, wat is daar dan?”, vraagt de schipperse.
“Het lijkt mij bijzonder om daar eens heen te varen”.
“Je hoort er nooit iets over en niemand gaat er naar toe”, zegt ze. “Volgens mij is daar gewoon niks”.
Het is begin mei een hele tijd geleden. Er is nergens iemand te bekennen hier op Oostzee, want het is mei, koud en te vroeg in het seizoen. We liggen in het haventje van Tunø, een eilandje voor de kust van Århus. Hier in het haventje is ook niemand. Het vaarseizoen is nog niet begonnen. Dit eilandje is alleraardigst en sfeervol en een bekende bestemming voor de Deense watersporters uit Aarhus. De haven is klein, maar gezellig en je kunt ook rond het eilandje ankeren.
Elke keer als we naar Zweden varen passeren we Anholt. En nu wil ik er heen, nu het nog vroeg in het jaar is, want in het hoogseizoen is het druk en dat is niks voor mij.
Ik schat het op een uurtje of acht varen vanaf Tunø. Je vaart een eind omhoog aan de lijzijde van Jutland voor de westenwind, maar desondanks moet het wel een rustig dagje zijn wil de reis doenlijk zijn voor deze zeezieke schipper. De schipperse wordt niet zeeziek, maar die houdt niet van bergen en kuilen op zee.
Heel vaak is het in de ochtend stil weer en krijg je in de middag wat wind. Om 4 uur ‘s morgens halen we het anker op en varen op een mooi zeetje naar het noorden. Rond het middaguur bereiken we het eiland Anholt.
Het grote wind turbine park wat er nu staat ten noordwesten van het eiland is dan nog niet gebouwd. Het is nog een echt eiland midden in zee, tussen Zweden en Denemarken, zonder de 111 turbines in het zicht. Aan de oostzijde is de Pakhusbugten. Een eindeloos lang stralend wit strand met doorzichtig zeewater. Daar zou ik bij westenwind wel eens willen ankeren, zit ik te denken, maar daar hoef ik nu niet mee aan te komen bij de schipperse.
We draaien de buitenhaven in en varen de binnenhaven door. Er zijn houten drijvende steigers waar je met de boeg naartoe afmeert met een hekboei voor de achter lijn. De haven is op een Deense solozeiler met een X-99 na leeg, dus we gaan langszij de drijvende vlonders liggen. Als je de steiger afloopt kom je op een basalt paadje achter een houten verschansing, maar dat was onder gestoven door stuifzand van het strand aan de andere kant. Als je over de verschansing kijkt zie je een wit strand tot de horizon met de surf van het Kattegat.
Ik maak een praatje met de Deense X zeiler. Hij zegt dat hij na de lange winter echt even weg moest met zijn boot, dus dit is zijn eerste uitje dit jaar. Maar, zegt hij, er is hier niets te doen want alles is gesloten. Je kan hier wel mooi langs het strand lopen, raadt hij aan.
Aan de overkant van de haven lopen we de langs lokale supermarkt, maar die was donker en leeg en het restaurant er naast was dicht, de Sailor Club ook en een uitnodigende viskiosk was gesloten voor het seizoen. Langs de stenen kade bij de uitgang lag een korte dikke ferry voor de verbinding van het eiland met Grenå op Jutland. De veerboot ligt er verlaten bij. Langs de loswallen stonden oude valen vissers schuren, die al heel wat winterstormen achter de rug hadden. Afgesloten en uitgestorven. Kortom het haventje verkeerde in de winterslaap. Het havengeld kon je bij een automaat voldoen. Op de Deen na was er niemand in de haven te bekennen. Je hoorde alleen de golven klotsen op het basalt van de haven aan de buitenkant.
Als je hier in de zomer bent kun je het ook anders treffen. Alle vlonders vol met boegen van zeilboten en achter de boten onder water getrokken hekboeien met achterlijnen, met tussen de spiegels van de eerste rij weer een nieuwe rij boegen van zeilers en achterlijnen die in het niets eindigen. Iedereen knoopt alles aan elkaar vast en de hele haven ligt propvol. Over stroom aan boord moet je niet beginnen. Aangrenzend in de hoek van de haven is een plek met picnic tafels met in het midden een grote gemeenschappelijke grill, die in de namiddag door de havenmeester wordt aangemaakt en waar alle zeilers gezamenlijk hun eigen worstjes, balletjes, vis in folie en karbonaden op leggen. De zeilers zetten hun borden, salades, bier en limonades bij elkaar op de picnic tafels met meerdere families aan een tafel. En alles in complete rust, helemaal op z’n Deens. Lekker onder elkaar, geen onvertogen woord. Het eiland is wat te ver weg voor de gemiddelde Duitse vakantieganger, dus alleen de gepekelde zeezeilers komen hier en die gaan onzichtbaar op in het Deense gebeuren.
“Nou”, zegt de schipperse, “Ik wil wel eens wat van dat mooie eiland van jou zien”.
We lopen een kronkelend asfalt weggetje op dat omhoog gaat een dennenbos in. Onder de grote dennen lopen we een hele andere wereld in. We zien een bordje waarop staat dat je hier groenten kan krijgen. Ik loop meteen verder, maar de schipperse zag het bordje helaas ook en die slaat af en zo we komen bij een huisje met een kas. Een vriendelijke blonde vrouw van een jaar of 50 kijkt ons uitnodigend aan en zij en de schipperse verdwijnen in de kas en komen druk pratend terug met een arm vol groenten. De schipperse kijkt mij blij verrast aan en zegt:
“Kijk eens wat heb gekregen”.
“Een wonder”, zeg ik terug, maar de schipperse weet heel goed dat ik de pest heb aan alles wat groen is op mijn bord. De groenten vrouw woont in haar eentje hier in het bos. Nou, als je wil verdwijnen in deze wereld moet je hier gaan wonen. Niemand die je hier ooit meer terugvindt. Een paar dagen later blijkt dat er toch meer mensen in het bos wonen in de meest simpele zelfgebouwde hutten. De meesten staan leeg en bij een enkele zie een schoorsteen roken en een fiets. Elk huisje heeft een keurig gestapelde houtvoorraad, een hakblok en gekloofde stammetjes dennenhout.
Met al die groenten moeten we dus terug naar de boot. Aan de haven stel ik voor nog even langs de kade te lopen, want ik wil kijken of je ook dieselolie kunt krijgen. Er is wel een tank, maar die maakt een verloren indruk. Wel valt mijn oog op een bruine loods waar nu opeens een deur open staat. Ik loop er heen en kijk naar binnen. Er staat een blad op schragen waar een gigantische kreeft op ligt, die mij aankijkt en een bak met roze kleine zeekreeftjes, lijkt het wel. Die kreeft lijkt mij wel wat, maar de schipperse eet krab en garnalen, maar geen kreeft. Ik kan hem alleen opeten, maar dat is niet eerlijk. Er komt een jongen op ons afgelopen en ik zeg:
”Hey”.
“Hey, hey”, is het antwoord.
“How are you, are you open?”.
“Yes”.
“Is this for sale?”
“Yes”.
“What kind of seafood are these here, please?” en ik wijs op de kreeftjes.
“Jomfruhummer”, zegt hij.
Ik kijk de schipperse aan, maar die weet het ook niet.
“Are they any good?”, vraag ik.
“These are fresh caught this morning here around the island, the best ever”.
“How do you cook them”, vraagt de schipperse.
“Two minutes, if you cook them longer, then they’re gone”, is het antwoord.
Ik zie enkele scholletjes liggen.
“Rødspætte?”, vraag ik, want dat woord ken ik wel in het Deens.
De jongen knikt.
“Can I have four, please”.
Met vier scholletjes en een zak vol kreeftjes keren we terug naar de boot, terwijl achter ons de schuur weer afgesloten wordt.
Op de boot schiet het mij te binnen.
“Het zijn langoustines”.
“Die je wel eens op een gerecht ziet liggen bij een restaurant?”, vraagt de schipperse.
“Ja, die”.
“Die eet ik nooit op, het is meestal gewoon garnering”, zegt ze.
“Ik ga een pan zeewater halen”.
“Hoelang moesten ze ook alweer?”
“Twee minuten, precies”.
“Het duurt wel even voordat die pan aan de kook is, ik haal pak vast twee biertjes”.
Vanuit de kuip kijken we over de marina.
“Dat korte dikke veerpontje vaart ook niet vaak uit, hè?”
“Nee, maar morgen is het Hemelvaartsdag, dus dan zal die wel vaker heen en weer varen voor alle vakantiegangers.”
“Nee, de pont vaart helemaal niet, staat hier, want het is een feestdag”, zegt ze, “alles is dicht, er is niemand en de pont vaart ook niet.”
Oeverloos
 
Berichten: 905
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor pascall » 04 Apr 2026, 15:47

Zo bekend voorkomend verhaal.
Wij belanden daar vorig jaar (2025) ook vroeg in het jaar, wij gebruikte het als tussenstop op onze reis naar Zweden.
Ook wij belande in een verlaten haven, op een paar boten na, heerlijk deze rust!
Schijnbaar is het in het hoogseizoen stapelen en gaan ze elkaar met bootshaken te lijf.
Wij parkeerde de boot gewoon in de lengte van de steiger, niks geen boeitje of achteranker, plaats in overvloed!
De volgende dag (dikke wind) blijven nog een dagje, en zien we in de ochtend een vissersboot afmeren, en u raad het al, verse langoustines!
Wij een kilo van deze heerlijkheid gekocht en in de bijbehorende, professionele keuken van de jachthaven, de langoustines gekookt.
Wat een feestmaal, heerlijk met een wijntje (uit een kartonnen pak) en Spaanse knoflook broodjes!
De volgende dag zetten we onze reis voort, op naar Zweden, met twee paravanen uitgezet het zeetje uitrijden tot tussen de scheren, nog niet wetend dat de mooiste reis ooit zou worden!

Mvg,

Pascal.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
pascall
 
Berichten: 2763
Geregistreerd: 04 Jan 2012, 14:00
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor broekie » 04 Apr 2026, 15:58

Heerlijke verhalen, we moeten er een keer naar toe.
Onderhoud is behoud
Gebruikers-avatar
broekie
 
Berichten: 2671
Geregistreerd: 25 Mrt 2012, 20:14
Woonplaats: Zevenhoven
ligplaats: Roelofarendsveen
info: Kotter 11,50 mtr. Bouwjaar 2014 refit 2021.

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 09 Apr 2026, 09:43

De vlet ligt afgemeerd achterin de jachthaven van Sønderborg. Ik zit met een kopje koffie in de kuip. De schipperse is de hort op. Aan de andere kant van de steiger komt een Duitse zeilboot aanvaren, die met de boeg naar de steiger vastmaakt. Na een tijdje komt een jonge vrouw uit de kuip van de zeilboot geklauterd, die met een fluitketel in de hand balancerend over de gangboorden naar de punt loopt en op de steiger wil stappen. Ze mist de steiger en valt met een plons in de haven. Er komt geen reactie uit de zeilboot, dus ik help de vrouw uit het water de steiger op. Ze kijkt mij ontzet aan, terwijl het zeewater over haar gezicht loopt.
Ik zeg tegen haar:
“Kein Problem, das ist nur Meerwasser. Ist alles in Ordnung mit dir?”
“Ja, aber ich bin total erschrocken! Mensch, mein Herz rast wie verrückt, aber mein Kessel … mein Kessel ist ins Wasser gefallen und verschwunden!”
Ze is haar fluitketel kwijt geraakt in het water.
Ik zeg:
“Warte mal, ich schau mal im Boot nach.”
Ik loop de stuurhut van de vlet in beneden naar de kombuis en pak de fluitketel onder uit het kastje en loop terug en geef haar de Nederlandse fluitketel.
“Vielen Dank, das ist sehr nett von dir”, zegt ze.
Er klinkt een mannen stem uit de zeilboot: “ Babsi, wo bleibts du mit dem Wasser?”
De vrouw loopt in haar natte plunje met de nieuwe ketel naar de waterkraan halverwege de steiger.
De volgende morgen als we wakker worden is de Duitse zeilboot vertrokken.
Een eindje verderop ligt een Nederlandse pikmeerkruiser waar niemand aan boord is. In de namiddag zie ik beweging aan boord. De schipper is alleen en in de tachtig. Hij zegt dat hij uit Den Haag komt en op weg naar Kopenhagen. Of ik wel weet dat deze pikmeer een Cummins van 250 pk heeft. Ik ben zwaar onder de indruk, vooral als ik een groot electronisch Yamaha orgel in de kuip zie staan. Het blijkt een heel sympatieke man te zijn die al weken met zijn motorboot onderweg is. Zijn zoon is met hem meegevaren uit Nederland tot het einde van het Kieler kanaal. Hier op de Oostzee mag de schipper het zelf uitzoeken. Hij is namelijk verliefd op een vrouw die in Kopenhagen woont in de buurt van het vliegveld, vertelt hij. Daar is ook ergens een jachthaven en daar gaat hij naar toe met zijn 6 cilinder Cummins.
Als ik terug ben aan boord zeg ik tegen de schipperse:
“Als ik 85 ben, wil ik ook een vriendin in Kopenhagen”.
“Moet je zeker doen, Don Juan”, klinkt het, “ik heb de boodschappen gedaan en nu mag jij een pot thee voor mij te zetten”
“Is een kopje koffie uit de Nespresso ook goed?”
Oeverloos
 
Berichten: 905
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

VorigeVolgende

Terug naar Steigerpraat

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers