Mijmeringen

algemene discussies

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Renegade » 09 Apr 2026, 19:45

Oeverloos schreef:“Als ik 85 ben, wil ik ook een vriendin in Kopenhagen”.

Eentje die sigaren rookt ,en de "konijnen los in het hok" heeft.
En dan 's avonds een beetje paraderen over de Nyhavn.

Mooie stad vroeger.
We stonden altijd geparkeerd op de Kalvebod Brygge als we een weekend 'overstonden'.
Kan je nu niet meer met een vrachtwagen komen.
Ben er al 40 jaar niet meer geweest.
Renegade
 
Berichten: 769
Geregistreerd: 30 Apr 2024, 09:46
Woonplaats: Groningen
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 12 Apr 2026, 19:01

Het is ruim 20 jaar geleden. We zijn uit de sluis van Holtenau aan de Oostzee zijde op het Kielerkanaal op weg naar huis. Ter hoogte van de afslag naar de Obereidersee bij Rendsburg zie ik een Nederlandse zeeschouw met daarachter een klein Duitse zeilbootje met een oude Mercury buitenboord motor. De schipper van de zeeschouw wenkt mij en ik vaar naar hem toe.
“Kun je dit sleepje over nemen. Hij heeft motorpech en moet naar Hamburg?” Wij gaan hier het kanaal af naar de jachthaven van Rendsburg. Motorpech, dat is niet best want je mag op dit Noordzee Oostzee kanaal van 100 km lengte niet zeilen.
“Ok, gooi de lijn maar over”, roep ik.
Ik zet de lijn op de bakboord bolder en zeg tegen de jonge Duitse zeiler.
“Pech mit dem Motor?”
Hij knikt en kijkt mij vriendelijk aan. Aardige knul.
“Pass mal auf, ich fahre 8 Knoten, wenn das zu schnell ist, wink mit dem Arm, bitte”.
Hij knikt mij toe dat hij het begrepen heeft. We varen verder en de zeilboot hangt als een speedboot achter de vlet aan.
Af en toe kijk ik achterom en ik vraag in gebarentaal of hij geen last heeft van de uitlaatgassen. De uitlaat zit aan stuurboord en de gassen gaan langs de zeilboot. Alles ok met de zeilboot.
Als we na een uur of vier de sluis naderen van Brunsbuttel aan de Elbe overleg ik met de schipperse en we besluiten om hem langszij te nemen in de kleine zuidsluis, die gebruikt wordt voor de pleziervaart.
Het witte licht gaat aan en we kunnen naar binnen en schutten. Als de sluisdeuren open gaan vaar ik langzaam de voorhaven uit richting de Elbe. Het is prachtig weer met een licht windje.
Op de Elbe maak ik los en werp de lijn naar hem toe. Hij bedankt mij vriendelijk, trekt een keer aan het startkoord van de oude Mercury.
Het is een tweetakt en start onmiddellijk, schuddend en kuchend met een blauw wolkje. Het zeilbootje zet koers de rivier op richting Hamburg. Hij zwaait vrolijk en gaat naast de helmstok zitten.
De schipperse zegt: ” Dat weet je toch, meneer de schipper, van Nederlandse boten krijg je altijd een sleepje”.
Oeverloos
 
Berichten: 997
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 21 Apr 2026, 16:29

De vlet ligt lang geleden geankerd in een mooie beschutte baai onder een eiland. Het is augustus met het allermooiste zomerweer ooit. Het type weer waardoor ook beginnende zeilers zich naar verre eilanden wagen. De baai stroomt de laatste dagen langzaam vol met zeilboten, op de ondiepe plekken een paar Folkboten en een enkel Deens motorbootje bij het strand. Het is net of hier in Denemarken de zomer meer zomer is dan bij ons in Nederland. Er liggen naast de Deense en Zweedse zeilers inmiddels vele Duitse zeiljachten, sommige met hun ankerballetje en ook enkele ervaren Nederlandse lange afstand zeilers.
Als het zulk mooi weer is dan is het hier helemaal geweldig. Bij de haven is een klein primitief restaurant. Je kan buiten een simpele maaltijd krijgen, Tuborg øl en Italiaanse wijn. Kortom zomer in Denemarken in aangename rust en zeilers onder elkaar.
Wij zijn de enige stalen motorboot. Een vlet is laag en onopvallend en ziet er maritiem uit met de kabelaring en de kopleguaan. Zolang je de Heineken parasol binnen laat ben je onzichtbaar tussen de zeilers. Heel iets anders dan een wit polyester flybridge motorjacht met aan beide zijden een giga antenne, een waterscooter achterop en bonke bonke muziek aan.
Bij zulk mooi weer is het piepkleine haventje zomaar vol. Het eiland ligt nogal ver weg van de beschaving, dus als je hier in de namiddag aankomt en de haven is afgeladen met aan de buitenkant 5 lagen dik, dan zie je de zeilboten uit de omringende landen voor anker gaan.
De oudere Duitse schipper staat aan het roer, wat op de Duitse boten altijd wat groter lijkt, weet waar hij de één na beste beste ankergrond vindt. Die holländische Motorboot ligt namelijk genau op zijn plek. Hij knoopt zelf een ankerballetje aan de neuringlijn van het anker, waardoor hij met iedereen ruzie krijgt, bedient zelf de ankerlier staande met de afstandbediening op het hoogste puntje van de boeg, hijst de ankerbol, blaast de rubberboot op, bedient de 2 takt buitenboord motor en gaat voor het slapen eerst “nackt baden” en krijgt een handdoek aangereikt van zijn vrouw vanuit de kajuit.
Minder ervaren jonge Duitse zeilers zijn goed voorbereid en lezen boeken over “Richtig Ankern für Anfänger”. Ze varen meestal te gehaast de baai in, te dicht bij een geankerd schip, ankeren met de wind mee, steken te weinig ketting, laten het anker over de grond slepen, tot er een bos groente aan zit, trekken hun anker niet aan, houden hun hand op de ketting om te “voelen”, hijsen het anker weer op, varen met de ankerbol in de mast naar een andere plek, doen daar hetzelfde en daarna gaan ze met hun ankerbol naar de haven.
Denen niet, die varen zo langzaam dat je ze niet opmerkt, zijn uiterst kieskeurig, overleggen samen fluisterend in de kuip over de beste plek, wat best lang kan duren, houden ver afstand, laten een anker vallen met totale onverschilligheid, trekken het niet aan, hijsen nooit een ankerbol, gaan zwemmen zonder herrie, maken de BBQ in orde en gaan bier drinken met een stuk overgebleven “kanelstang”. Als je een boek zit te lezen en je kijkt op, liggen er zo drie Denen om je heen zonder dat je iets gehoord hebt. Ze komen hier al jaren en jij bent welkom, mag er zijn, omdat je een bevriende Nederlander bent en ze groeten je als watersporters onder elkaar. Wat Deense zeilboten betreft, hoe kleiner hoe stoerder.
De lange blonde Zweedse zeilers met een nieuwe blauw gele vlag, zijn perfect gekleed onder hun bimini en voorzien van de nieuwste zwemvesten en nog veel kieskeuriger dan de Denen. Ze varen doodstil eindeloos rondjes voor een perfecte plek in hun Deense baai, aangewezen door de knappe, blonde slanke schipperse met zonneklep en shorts, die voorop staat en de weg wijst, ankeren met aandacht en ervaring en verwisselen hun modieuze zeil garderobe voor strandmode, blazen de smetteloze rubberboot op en gaan met de elektrische buitenboord motor naar het strand. De spetterende grill achterop is allang vervangen door een futuristisch ding uit de ruimtevaart. Die Hollandse motorvlet met die ronde bolle boeg en raar touw erom is uit de middeleeuwen en daarom voor sommigen van wetenschappelijke waarde, maar echt varen kun je er niet mee.
De relaxte Nederlandse zeilers met hun grote stoere donkerblauwe zeiljachten blijven bij ons uit de buurt, want wij zijn een motorboot van het Sneekermeer, die bij Terhorne verkeerd gevaren is. En dat klopt eigenlijk ook. De ervaren Nederlandse schipperse met haar gepekelde zon en wind gebleekte oliegoed staat achter het roer, want die weet de weg en de schipper laat het anker zakken en steekt geroutineerd ruim voldoende ketting zonder balletje. Het anker wordt met de motor in de grond getrokken. Het Zweedse gastenvlaggetje hangt nog in de mast, maar dat wordt spoedig gewisseld door een Deense. Daarna gaan ze samen in de kuip zitten met rode wijn uit een pak en tijgernootjes en genieten eindeloos van het uitzicht. Ze groeten altijd enthousiast als we langs varen, want ze zijn super aardig tegen ons, omdat ze net doen of we niet van die motorboot zijn. Wij waarderen het dan ook, dat we voor zeiler worden aangezien. Voor impellers, gereedschappen, lampjes en andere ongein kun je bij die verdwaalde vlet terecht.
De Nederlandse 10 meter zeeschouwen zijn altijd de meest aardige, gezellige mensen ooit, met schippers die klagen dat hun vrouw voortdurend schuine boekjes leest of zit te breien en niet van boord te branden is. Ze komen vaak aangepeddeld in hun harde bijbootje naar die bejaarden vlet, want misschien hebben wij vroeger ook gezeild met een stamboek platbodem?
Geweldig land Denemarken.
Een lief zeiljachtje van een meter of 10 met een te kleine Duitse vlag ligt nog net op diepte op de meest beschutte plaats.
Het is een mooie en stille avond en om een uur of tien zijn alle ankerlichten aan en de zeilers op één oor.
Om een uur of twee twee ‘s nachts steekt er een noordoostelijke wind op, waardoor al boten om hun anker draaien. Langzaam neemt de wind toe tot ongeveer een 5 Bft.
Ik lig in de punt in een droomloze slaap, toen ik werd aangestoten door de schipperse.
“Hoor je dat?”
“Ik hoor niks, ik slaap”
“Wacht even en luister”.
“Hilfe, Hilfe”, klinkt het in de nacht. Nou ja nacht, het wordt hier zomers nooit echt donker.
“Hilfe, Hilfe”, wordt in de verte door de baai geroepen.
De schipperse stapt uit haar kooi aan stuurboord en gaat kijken in de stuurhut.
“Kom eens kijken, dit zie je nooit”.
Ik slaap nergens zo goed als aan boord en heb helemaal geen zin om er uit te gaan. We kijken met de verrekijker en we zien dat het licht aan is in het Duitse zeilbootje. Door de ramen zie je hectisch heen en weer geloop in het bootje, zoef zoef van de ene naar de andere kant en daar klinkt het weer.
“Hilfe, Hilfe”.
Dat is de Duitse vrouw in de kuip. We zien nu ook in de schemer, dat de mast helt en dat de boot bij het strand ligt. Ze zitten op het zand.
“Je moet er heen”
“Dat kan zo niet, dat is zielig”.
“De hele baai ligt vol met collega zeilers en dan ben ik op mijn leeftijd de klos?”
“Niet zaniken, ik help je wel met de rubberboot”.
De rubberboot laten zakken uit de davits en de Honda gestart, want er staat te veel wind om te roeien.
Als ik de scepter van de Duitse zeilboot bij het potdeksel vastpak verschijnt ook de man.
“Unser Boot sinkt, wir brauchen hilfe, können Sie uns helfen, wir sind am Ende”
Ik kan het echtpaar gerust stellen. Er zal verder niets gebeuren, want de boot ligt vast en meer helling gaat die niet maken, want het is zo goed als laag water. Het verschil tussen laag en hoogwater is hier maar 50 centimeter. Misschien een beetje hoger, omdat de wind naar het oosten is gedraaid. Niks aan de hand, over een uur of 5-6 is het hoogwater.
“Unser Schiff ist in Seenot, wir wollen unbedingt in den Hafen einlaufen, helft uns bitte!”.
Ik zeg tegen ze dat ik hun boot dan eerst met de kop in de wind ga draaien, want de zeilboot ligt dwars op de wind. Daarna moet hij zijn anker ophalen, want hij ligt toch al vast en mij de grootzeilval aangeven.
Op mijn teken moest hij “Vollgas” geven.
“Jawohl, verstanden”.
Ik duw de boeg met de rubberboot in de wind. De zeiler haalt een lijn met een ketting voorloop met Danfort anker omhoog met een enorme oogst zeegras. De ankerlijn is veel te kort, waardoor de boot is gaan krabben toen de wind opstak. Ik zet een lijn uit het ankerbakje van de rubberboot op de val, zodat deze een heel stuk langer is en geef het teken van “gassen” en wijs naar dieper water.
Achter de zeilboot zie ik schroefwater. De hellende boot beweegt niet, maar blijft wel mooi liggen met de kop in de wind. De val zet ik vast op een oog buiten op de spiegel van de rubberboot en ik begin langzaam met de motor aan de val te trekken. De mast helt mijn kant op en door het trekken maakt de zeilboot meer en meer helling en de kiel komt hoger en hoger en daar schiet de zeilboot los. Ik maak snel de val los en werp die over de kuip.
De zeilers varen door de baai met slapende zeilboten met brandende toplichten naar het haventje, waar ik het zicht op de boot verlies.
De schipperse staat op het zwemplateau mij op te wachten en samen hijsen we de rubberboot in de davits, waarna ik meteen mijn kooi in rol.
“Even krengen en zo klaar”.
“Jij hebt je goede daad weer verricht, schipper”, klinkt het uit de stuurboord kooi.
“Zeiden ze nog wat?”
“Nee, ze zijn zonder iets te zeggen weggevaren, ze staan stijf van de stress”.
“Hebben ze een bijbootje?”
“Ja, een klein rubberbootje”.
“Daar horen we nooit meer iets van”.
“Waarom niet?”
“Het zijn Duitsers, die denken dat wij hun schip gered hebben en een percentage van de scheepswaarde opeisen”.
“Eerlijk?”
“Ze denken dat ik straks nog met de rubberboot naar hun toe kom”.
Het blijft nog een aantal dagen waaien. Een enkele Nederlander, Deen en Zweed zie je vertrekken. Na drie dagen gaat de wind wat liggen en loopt de baai en het haventje leeg.
In een lange rij varen de zeilboten naar open zee. Één zeilbootje maakt zich los uit de rij en vaart naar ons toe.
Ze reiken twee flessen rode wijn aan.
“Echt toll, dass du uns geholfen hast, danke!”
“Keine Ursache, gute Fahrt!”
Aardige mensen, die Duitse zeilers.
Laatst gewijzigd door Oeverloos op 21 Apr 2026, 17:18, in totaal 1 keer gewijzigd.
Oeverloos
 
Berichten: 997
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor pascall » 21 Apr 2026, 16:50

Een heerlijk verhaal weer!!

Mvg,

Pascal.
pascall
 
Berichten: 2246
Geregistreerd: 04 Jan 2012, 14:00
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Pieterse » 22 Apr 2026, 08:06

Heerlijk leesvoer.
Pieterse
 
Berichten: 122
Geregistreerd: 02 Sep 2021, 16:55
ligplaats: Warmond ZH
info: Ligplaats Warmond
Pieterse 1050
75 pk Yanmar

Re: Mijmeringen

Berichtdoor Oeverloos » 29 Apr 2026, 08:01

“De weereilanden?”
“Die bestaan niet,” zegt ze.
“Je kletst maar wat.”
“Ze liggen gewoon in het Skagerrak, hoor.”
“Dan mag jij mij aanwijzen waar die weereilanden van jou liggen.”
“Kijk, hier ligt Marstrand.”
“Ik ga niet naar dat bomvolle toeristische Marstrand, dat kun je rustig uit je hoofd zetten”.
“Ze liggen ten noordwesten daarvan, ter hoogte van Hamburgsund.”
“Die stippeltjes daar ver in zee?”.
“Ongeveer een uur varen uit de kust”.
“Op de weerberichten heten ze op z’n Zweeds, Väderöarna.”
“Net als de Koster eilanden bij Strömstad, maar dan heel klein,” zeg ik.
“Misschien kunnen we naar de Koster eilanden en dan varen we onderweg langs de weereilanden,”
“De Koster eilanden?”
“Net onder de Noorse grens.”
“Man, dat is veel te ver weg, dat is weken varen.”
Ze heeft ergens wel gelijk. Je kunt wel een vaag idee hebben om ergens heen te gaan, uiteindelijk moet de gelegenheid zich voordoen.
We hebben in het verleden met het gezin een aantal oversteken gedaan van Göteborg naar Denemarken met 5-6 Bft. Dat had te maken met schoolvakanties en dat wordt nog altijd tegen me gebruikt. Dus ik moet niet opnieuw stommiteiten uithalen.
Na anderhalve week komen er enkele dagen rustig weer aan. Onder invloed van hoge druk zien we een dag op Windfinder met heel weinig wind. We gaan op tijd slapen en om vier uur in de ochtend gaan we anker op. Je bent altijd even bezig, omdat de hele ankerketting moet worden afgespoeld. Meestal is die op enkele meters veranderd in een worst van klei en het anker is ook iets te groot voor de ankerschacht.
We vertrekken uit de baai en varen richting het Deense eiland Anholt omhoog. De zon komt op en de zee is helemaal vlak. Dat komt niet vaak voor. Niemand in zicht, alleen de staken met vlaggetjes van de netten van vissers. We zetten koffie en eten uit een kommetje Duitse melk met Köln Früchte Hafer Müsli. Uit de bakboord vrijboord zien we het verklikker straaltje van de motorkoeling. De Deutz motor bromt. De schipperse zit met een zonnehoed en zonnebril in de kuip. Het is een wonder dat ze met me mee wil varen, ondanks dat we deze route al vaker hebben gevaren. We gaan er 14 uur over doen, zegt de Simrad plotter. Dus voorlopig is dit het. Of je nu heen of terug deze route vaart, na Anholt hebben we de stroom altijd tegen. Je hoopt altijd dat de stroom een keer mee is, maar niks hoor. We draaien 1800 toeren en van de 8,5 knoop blijven er 6,5 knoop over. De vlet vaart op de Robertson automaat en een van ons houdt uitkijk voor vlaggetjes en tonnen. Voorlopig ben ik dat. Ik zit ook uit te kijken naar een bakje warme noedels dat mij rond de middag beloofd is. Ik eet dat nooit, maar nu wel. Je komt hier nooit iemand tegen en je vaart hele stukken, alsof je alleen op zee bent, vooral omdat je geen land ziet. Ergens onderweg moeten we de vaarroutes van de grote vaart door.
Verderop, tussen de eilanden Anholt en Læsø, heb je midden in het Kattegat, tussen de vaarroutes, een grote ondiepte. Dan weet je zeker dat de grote vaart daar niet komt. Dus dat is een geschikte plek. Het passeren van de scheepvaart routes is altijd spannend. Je denkt dat je een aardig tempo hebt, maar dat is schijn. Als je aan de horizon een stipje ziet met een rookwolk en je denkt, daar kan ik makkelijk voor langs. Nou, dat doe je één keer en nooit weer, als iemand begrijpt wat ik bedoel. Dat schip blijft maar met een rotgang op je afkomen, welke koers je ook voorlegt. Word je helemaal gek van. Net alsof je stil ligt en nergens heen kan met een rokende dry bulk carrier, die speciaal op jou af komt. De grote vaart doet 15 tot 20 knopen of zo. Ik draai aan het plastic knopje van de automaat op een koers precies op het stipje dat ik aan de horizon zie. Het volume knopje van de Shipmate druk ik een klikje hoger, wat nergens op slaat.
Onder de Zweedse kust neemt altijd de golfhoogte en de wind toe. Tenminste als wij daar zijn. Misschien iets met de diepte of de aflandige wind, die je ‘s middags krijgt als Zweden is opgewarmd.
Zuidelijk van Kungsbacka steken we de scheepvaart routes dwars over richting vuurtoren Nidingen. Verder gaat het langs de Zweedse kust naar het eilandje Kungsö, zuidelijk van Göteborg, waar we tegen de avond in volledige rust beschut ankeren. Het is daar vroeg donker, want de zon gaat onder achter de berg aan de west kant. Je doet niks op zo’n boot, maar je bent toch moe.
De volgende dag een klein stukje naar Donsö om diesel te tanken en naar de ICA voor gemarineerde haring in dille, Skagen roze garnalen en eieren. We hebben een voorraad Deense ingelegde haring aan boord van Glyngøre, maar daar is al een aardig gat in geslagen. Je zult je wel afvragen wat moeten jullie met die haring. Dat is zo gegroeid. Aan boord eet je andere dingen dan thuis. Bijvoorbeeld Duitse knak worstjes in blik van schapendarm met louter varkensvlees en Duitse maaltijd soepen (Eintöpfe) van Erasco in alle soorten en maten. Als je meestal ankert en uit blik eet krijg je trek in andere dingen, maar nu dwaal ik af. In een hokje naast de steiger in de haven liggen een stel schaatsen. Je kan ook de haven omlopen langs de rode vissershutten en je komt langs een tentje voor koffie met een kaneelbroodje (kanelbullar)
Na Donsö gaan we met een volle tank naar Marstrand, waar we als enige aan een steiger liggen, want het is nog heel vroeg in het seizoen. Wel bijzonder afmeren. Er is alleen een steiger, geen palen of hekboeien. Je vaart met de boeg recht op de steiger af. De schipperse pakt met de pikhaak een lijn van de zijkant van de steiger. Die loopt onder water naar achter over de grond naar een anker op de bodem ver achter het schip. Ze loopt met de druipende met slik bedekte lijn naar de achterdek, trekt die aan op een achterbolder, zodanig dat de boeg een halve meter van de steiger blijft. We hangen een RVS trappetje aan de boeg om op de steiger te komen. Voor de schipperse zet ik nog een teakhouten opstapje op de steiger neer, want het blijft een hele klim voor de jongedame.
Verderop is een kabelpontje naar de Coop. De pont spant een staalkabel over de fjord als die oversteekt. Iedereen weet dat, maar ik zat de eerste keer boven op die kabel, omdat ik dacht dat ik wel achter de pont langs kon. Het bordje Kabelfärja (kabelpont) had ik in die kermis daar niet gezien en het idee dat zo’n kabel op 1 meter hoogte over een vaarwater wordt gespannen, viel buiten mijn voorstellingsvermogen. De schipperse zag het gelukkig. Die zegt altijd dat ik nooit wat zie.
In de Coop vinden we kyckling, hele gebraden kip. Eindje verder is een werfje en een Volvo dealer, waar ik een nieuwe Johnson koelwaterpomp bestel voor de aggregaat. Aan boord van de vlet staat een Fisher Panda type 10 uit de vorige eeuw met een losse Johnson pomp. Die waterpomp vreet V snaren, maar die heb ik genoeg. Ik ben zo stom geweest om een beetje olie in het gaatje op het asje te doen. Nou lekt die op de simmerring. Wist ik veel dat je er van af moet blijven. Je kunt er een nieuwe simmerring inzetten, maar ik begin er niet aan. Als je niet handig bent, zit je uren te pielen en daarna lekt ie evengoed.
Als de waterpomp er is, gaat het verder omhoog langs de buitenkant van Tjörn tot Mollösund. Hier wordt het rotweer en we ankeren een aantal dagen bij de west ingang van Stigfjorden, de fjord tussen Tjorn en Orust, ten zuiden van het eilandje Kalkerön achter een hoge berg met dennenbomen. Op Kalkerön is een inham waar je op een paar plekken beschut langszij een rots kan vastmaken, wat heel leuk is, maar er lag al een bootje, dus is het volgens de schipperse vol.
Waar we nou liggen ankert nooit iemand, maar bij een keiharde westenwind heb je nergens last van en een mooi uitzicht over de fjord en je ligt altijd alleen.
Deze route vanaf het zuiden is een wonderschone tocht langs de Zweedse westkust naar het noorden. Je komt langs de mooiste plekjes, haventjes en eilanden, met daarachter het Skagerrak. We meren af in Marmön, waar een viswinkeltje is met kräftor, dat zijn langoustines, opengevouwen, gebakken, ingelegde haring en viskoekjes van zalm. Er is ook een café met hamburgers, sterk bier en aardige bediening.
Het mondaine Smögen laten we liggen en we gaan verder door het Sotekanaal. Deze route langs de Zweedse kust is fantastisch, maar wel een wezenloos eind varen. Je went nooit aan de enorme eindeloze afstanden en dagenlang varen is niets. Onderweg ankeren we gewoon langs de route.
Na het Sotekanaal gaan we het Skagerrak op naar de weereilanden, de Väderöarna. We passeren allerlei ruige, kale onherbergzame rotseilanden, waar je met geen mogelijkheid kunt landen met je rubberbootje, omdat de deining de rotsen omspoeld. Het is er schitterend varen op zee. Er staat weinig wind en een blauwe hemel, een prima dag. We komen aan bij een groot eiland dat dramatisch tegen het blauw afsteekt. We zien een hoge stalen mast met een radar er op. Onder de mast staat een minuscuul rood houten hokje en daarnaast staat bovenop een vierpoot, nog een rood hokje met een Zweedse wimpel en verder een telefoonmast. Voor een heuvel met begroeiing, in de luwte van de westelijke winden, staat een geel houten gebouw waar in witte letters “Väderöarnas Värdshus” op staat met een vlag. Op het houten plankier voor het veerhuis zit een man achter een picknicktafel waar niks op staat. Hij staart over het haventje en de glad geslepen rotsen. Er staan allerlei rode houten huisjes als een kleine nederzetting. Ze hebben een voorportaaltje voor de ingang.
“Nou ja zeg, kijk nou eens,” zegt de schipperse.
“De weereilanden met een heus veerhuis.”
De schipperse kijk verrukt om zich heen. Wat een unieke plek. Een afgelegen paradijsje ver in zee. Wat een sfeer.
“En nu, meneer de schipper?”
“Dat houten steigertje voor het veerhuis lijkt de aangewezen ligplaats.”
“Durf jij dat?”
“Nee, want je ziet overal de bodem en je hebt het getij?”
“De bootjes die er liggen zijn piepklein en er steken overal rotsen boven water”.
“Als we om het grote eiland heen varen, is aan de buitenkant een smalle passage tussen rotsen.”
“Daar kun je aan de rotsen met een pen vastmaken en achter met een hekanker of een pen op een rots aan de andere kant en dan kun je op de rotsen zitten om over zee kijken”.
“Aan de buitenkant?”
“Daar zijn alleen rotsen, rotsen en nog meer rotsen.”
“Ik heb wel genoeg zee gezien en vind jij het een briljant idee om met deze ijzeren bak tussen de rotsen om te pielen?”, klinkt het.
“Dat is vragen om problemen.”
“Het weer is nu prima, maar dat blijft niet zo”, vervolgt ze.
“Als de wind opsteekt loopt de deining van het Skagerrak naar binnen, nou lekker.”
“Dan is het houten steigertje eigenlijk de enige ligplaats.”
“Of we moeten hier buiten de haven ankeren.”
“Die Zweden zijn het gewend om met hun boot tussen de rotsen te liggen, maar wij niet. Één rotspunt door het vlak en het is muizen”
“We kunnen ook naar Hamburgsund doorvaren”, stel ik voor.
“Daar is een hele grote viswinkel en er is een ICA supermarkt”.
“Ja, dat is goed.”
Er klinkt een beetje spijt door in haar stem.
In Friesland vaar je in zachte veen bodem. Maar hier in Zweden is alles rots. Dat is voor ons wennen. De Zweden zelf zeggen dat als je geen rotsen hebt geraakt met je boot, dan heb je niet gevaren, maar voor ons gaat dat te ver. Afgezien van het feit dat er haast nergens portaal kranen zijn die ons kunnen hijsen.
Ik kan mij de eerste keer dat we de Zweedse scherenkust bij Göteborg invoeren nog goed herinneren. Je komt plotseling tussen de rotsen terecht en je begint te beseffen dat één foutje meteen het afborrelen van je vlet betekent. Er was een moment dat ik niet verder voer. Je ziet dat er routes tussen de eilanden zijn en dat je daar langs moet. Dat doe je dan, maar in plaats van laterale groene en rode tonnen, zie je kardinale staken met oost, west, noord en zuid kegels. Dus je komt aanvaren ziet een kardinale staak en denkt, oh ja, een Noord staak met twee kegels omhoog wijzend. Dat betekent “ik lig aan de noordzijde van een ondiepte”, verrek wat is hier Noord. Tegen de tijd dat je uitgevogeld hebt aan welke kant je moet passeren zit je al met de boeg omhoog op een blinde klip.
Wat niet hielp was, dat in de eerste week in Zweden we een oproep op kanaal 16 hoorden van een Nederlands zeiljacht dat vanaf het Skagerrak de scheren binnen voer en op een onderwater rots voer. Een vrouwelijke Nederlandse stem meldde in het Engels aan Sweden Rescue op kanaal 16, dat ze water maakten, maar dat de pompen aan stonden. Even later meldde ze dat de pompen het niet aankonden en daarna dat de zeilboot aan het zinken was en daarna dat ze zonken. Ik weet het nu nog. Als we ergens liggen gaat de Shipmate uit, want ze zijn de enigen niet. De hele zomer is Sweden Rescue bezig om boten van de rotsen te trekken, met pompen boven water te houden of met kromme schroefbladen naar een kraan te slepen. Niet alleen Zweden, maar ook Noren met motorboten die zo lam als een tor rondcrossen, omdat de drank in de staatswinkels van Zweden goedkoper is.
We berusten in ons gebrek aan ervaring en draaien de vlet en varen richting de kust.
“Wel bijzonder hier eigenlijk, hè.”
“Ja, heel bijzonder. Misschien gaan hier alleen Zweedse insiders naar toe.”
“Als ik naar dat gele veerhuis kijk, hè, dan doet mij dat denken aan een tv programma toen ik klein was. Ergens begin jaren zestig. Dat ging over een oud vrouwtje die woonde in een huisje ergens ver weg, waar de vier windstreken door heen waaiden, een soort kruispunt van de vier winden.”
“Zegt jou dat iets?”
“Wij hadden toen nog geen tv.”
“Nou ja, ik vond dat toen heel leuk, dit veerhuis op een ver eiland heeft daar wel wat van.”
“Na Hamburgsund kunnen we ook langs Fjällbacka varen,” stel ik voor.
“Er is daar vast wel een pizzeria”.
“Een pizzeria, oh ja!”
“Eentje met Mariestad starköl.”
We varen zwijgend tussen de eilanden vandaan richting de kust om alle indrukken te verwerken.
“Leuk is het hier, hè?”
“Ja, het is een verlaten, door stormen en zeewater geteisterde kust met beschutte plekjes waar vriendelijke rode houten huisjes staan met een bootje en een Zweedse vlag,” klinkt het vanaf stuurboord..
“Misschien wil ik ook wel met jou naar de Koster eilanden.”
“Wat is daar eigenlijk te zien?”
“Rotsen, het meeste is rotsen, maar ook zee.”
Oeverloos
 
Berichten: 997
Geregistreerd: 22 Nov 2019, 18:57
Woonplaats: Friesland
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor pascall » 02 Mei 2026, 08:57

22-7-2002, we varen tussen de talrijke eilanden aan de west Zweedse scherenkust, opzoek naar een geschikte ankerplaats om de nacht door te berengen.
We vinden een prachtig plekje bij in het Havenstens fjord ter plaatsen van Slussen, iets boven de stad Uddevalla.
Anker 2 gaat overboord, dit is niet het hooft anker, dit anker is uitgerust met een touw van 30 meter.
Zo geen we de nacht in, rustig wiegend achter het anker.
Halverwege de nacht worden we wakker van een zware regenval met een bijbehorende harde wind 7BF.
Gewekt door dit weer fenomeen hou ik de spaarzame lampjes op de vaste wal in de peiling, breekt het anker niet uit?
Er komt beweging in de lampjes, en jawel het anker breekt uit.
Nu is het even goed in de gatenhouden wat het anker verder doet, maar meestal graaft het weer terug in is onze ervaring.
Plots draait het schip de neus met een schok in de wind, het anker grijpt terug in de bodem.
Nog een halfuurtje de kat uit de boom gekeken, we hebben dan wel geen boom aan boord maar wel een kat, terug naar de kooi.
We worden wakken met een stralende zonsopkomst, van het slechte weer is niets meer te zien als een paar wolken aan de horizon.
Even later willen we ankerop, maar dat blijkt muur vast te zitten.
Met ellenbogenstoom lukt het niet, dan op de verhaalkop van de elektrische ankerlier, we trekken zelfs de boeg een stukje naar beneden maar het anker blijft vast zitten.
Het ankertouw op de voorbolder belegd en de koppeling in zijn achteruit, toerental opvoerend tot vol gas, geen beweging!
Dan het ankertouw op de achter bolder, toerental wederom opvoerend tot vol gas, geen beweging.
Roer iets aan boord leggend zodat we een volledige cirkel om het anker draaien, geen beweging!
Het anker moet vast zitten achter een rots, maar het touw kappen is het laatste wat je wil.
De laatste optie, flink slek in het touw en vol gas wegvaren.
De boot komt op snelheid tot het ankertouw als een snaar strak komt te staan, de 14 ton wegende boot maakt daarbij een behoorlijke slagzij, een gil van de kapiteinse en we zijn los!
Achteraf gezien een geluk dat we met het anker met touw hebben geankerd, hadden we geankerd met anker 1, het anker in de ankerkluis met 50 meter ketting, was het een stuk lastiger geweest.

Mvg,

Pascal.
pascall
 
Berichten: 2246
Geregistreerd: 04 Jan 2012, 14:00
ligplaats:
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor heuvels » 02 Mei 2026, 10:22

Ook eens zo iets bij de hand gehad. Kager Plassen, geen moeilijke bodem toch, anker geen beweging in te krijgen... Even goed kwaad gemaakt, buigen of breken... haalde ik een veel groter anker op, met ketting.
Gebruikers-avatar
heuvels
 
Berichten: 1676
Geregistreerd: 15 Feb 2020, 16:20
Woonplaats: Maassluis
ligplaats: SW Vlietland
info: Vechtkruiser 7,20 meter
STAATSIE

Re: Mijmeringen

Berichtdoor kajoe » 03 Mei 2026, 09:06

mooie verhalen goed voor een boekwerkje .
kajoe
 
Berichten: 1688
Geregistreerd: 25 Apr 2015, 09:28
Woonplaats: terherne
ligplaats: terherne
info:

Re: Mijmeringen

Berichtdoor kajoe » 04 Mei 2026, 08:46

ach wij hadden dat ook anker achter ketting naderhand bleek er 200 meter ketting en een anker van 1500 kg aan te zitten gelukkig bleek er een nummer op te staan maar helaas van een al gesloopt schip de vaarweg beheerder heeft het opgehaald en weg gewerkt ev oud ijzer opbrengst nooit meer wat van gehoord was naar schatting toch wel meer dan 3 /4 ton oud ijzer .
kajoe
 
Berichten: 1688
Geregistreerd: 25 Apr 2015, 09:28
Woonplaats: terherne
ligplaats: terherne
info:

VorigeVolgende

Terug naar Steigerpraat

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers