De zwarte kleur van de smeerolie wordt veroorzaakt door roetdeeltjes.
De roet ontstaat in de verbrandingskamer.
Bij de verbranding gaan de verbrandingsgassen naar buiten door de uitlaat.
Maar een klein deel ontsnapt via de zuigerveren naar beneden naar het carter.
De zuigerveren, b.v. 3 stuks, zitten rondom de zuiger.
Elke veer heeft een opening, zodat de zuigerveer kan veren,
om voor de afdichting tussen zuigerwand en cilinderwand te zorgen.
Mede door deze openingen ontstaat, na de verbranding, enige “blow by”.
“Blow by” is dus een luchtstroom uit de verbrandingskamer tussen de zuigerveren door,
naar beneden in het carter.
Die roet slaat neer in de smeerolie.
Roet lijkt op een soort kleurstof in de smeerolie met een grootte van 0,01-0,5 micron.
Een klein beetje roet kan je olie al zwart maken.
Bij het olie verversen loopt of zuig je niet alle olie uit de motor.
Ook als je een nieuw oliefilter gebruikt,
blijft er nog oude olie achter in de oliekoeler,
de oliekanalen en leidingen in het binnenste van de motor.
Sludge is een dikke kleverige pasta achtige substantie.
Het is een vorm van vervuiling.
Deze vervuiling is een mengsel van kleverige polymeren
en verbrandingsresten aangevuld met roetdeeltjes.
Het bestaat uit afbraak deeltjes van geoxideerde, verouderde
en daardoor gedegradeerde en verbrande smeerolie.
Smeerolie veroudert dus door olie degradatie, oxidatie
door hoge temperaturen (thermische afbraak).
Die vormen samen de bestanddelen van sludge in o.a. de carterpan.
Het kan ontstaan door onvoldoende carterventilatie,
want die moet de oliedampen en de “blow by” afvoeren.
De carterventilatie moet dus goed werken.
Verse smeerolie moet dit tegen gaan doordat daar verse detergenten (soort zeep)
en verse dispersanten (soort oplosmiddel) in zitten
die de sludge oplossen en voorkomen.
Als de motor te langzaam draait of te kort om de smeerolie op temperatuur te laten komen,
vervuilt de smeerolie ook door brandstofdeeltjes en condensatie van waterdamp.
Een dieselmotor waarvan de olie geregeld is ververst, bevat geen sludge.
Diesels met een injectiepomp die door motorsmeerolie wordt gesmeerd
door een gecalibreerd gaatje,
kunnen een dieselolie verontreiniging/vermenging hebben van de smeerolie
door brandstof uit de injectiepomp, zoals Navigo hierboven schrijft.
Daardoor verdunt de smeerolie.
Diesels die langdurig draaien zonder veel koude starts,
zoals in de professionele transport wereld,
doen langer met hun smeerolie.
Pascal, zie hierboven, doet ook lang met zijn smeerolie,
omdat hij lange trajecten op zee vaart, waardoor de smeerolie schoner blijft,
net zoals in de vrachtwagen wereld.
De gebruiksomstandigheden spelen een rol.
Denk maar aan de doktersauto van vroeger.
In de professionele wereld wordt de smeerolie overigens gecontroleerd
door een olieanalyse in een lab, zoals kajoe hierboven beschrijft.
Door het meten van de metaaldeeltjes en de roerdeeltjes worden de verversingstermijnen geadviseerd
en krijg je een oordeel over de staat van de motor.
Als je de carterpan bekijkt van een dieselmotor,
waarvan de olie nooit ververst is en nu kapot is,
dan zie je daarin dat de smeerolie is veranderd in een soort lak/plastic achtige substantie.
In oudere dieselmotoren zoals b.v. de Peugeot Indenor van Jan hierboven,
wordt minerale smeerolie gebruikt.
Bijvoorbeeld een SAE 30 monograde,
of een 15W40 / 15W50 multigrade olie.
De kwaliteit van de smeerolie wordt o.a. bepaald door de hoeveelheid
detergenten voor de reiniging en dispersanten voor in oplossing houden van deeltjes.

